Wetswijzigingen

Vlak voor de Kerst is het Belastingplan 2017 aangenomen door de Eerste Kamer. Hier de belangrijkste wijzigingen:

Ondernemers:

  • Huurderslasten van onzelfstandige werkruimte vormen geen aftrekpost meer voor IB-ondernemers/resultaatgenieters. De mogelijke aftrekbaarheid van huurderslasten van de ‘zelfstandige werkruimte’ (eigen opgang en sanitair) blijft wel bestaan.
  • De specifieke procentuele aftrek van kosten die verband houden met winst uit onderneming wordt verhoogd van 73,5% tot 80% (o.a. voor voedsel, representatie en congressen).
  • Ondernemers kunnen de omzetbelasting op geheel/gedeeltelijke oninbare vorderingen sneller en eenvoudiger terugvragen. Een opeisbare vordering wordt na één jaar al als oninbaar beschouwd. Het omzetbelastingbedrag in die oninbare vordering kan via de reguliere periodieke aangifte worden teruggevraagd.
  • Voor afnemers geldt dat de in aftrek gebrachte omzetbelasting één jaar na het opeisbaar worden van de vergoeding verschuldigd wordt indien de vergoeding dan nog niet is betaald.
  • Vanaf 1 januari 2017 moet iedereen die een stalen steiger monteert een erkend diploma hebben. Beschik je over het diploma MBO 2 of MBO 3 steigerbouw, dan voldoe je al aan die eis. Heb je dat diploma niet, dan moet je examen doen om het erkende certificaat te behalen. Dat certificaat is vijf jaar geldig. De diploma-eis geldt niet voor het opbouwen van aluminium rolsteigers.

Inkomstenbelasting:

  • De bovengrens van de derde schijf van de inkomstenbelasting gaat omhoog naar 67.072 euro.
  • De maximale algemene heffingskorting gaat per saldo met 12 euro omhoog naar 2.254 euro.
  • De maximale arbeidskorting gaat per saldo 120 euro omhoog en wordt 3.223 euro. Het startpunt van de afbouw gaat omlaag naar 32.444 euro.
  • De ouderenkorting gaat per saldo 105 euro omhoog naar 1.292 euro.
  • Eigenwoningbezitters kunnen profiteren van dalende hypotheekrente door bestaande hypothecaire leningen open te breken. Banken berekenen hiervoor boeterente en kunnen dit uitsmeren over meerdere jaren (rentemiddeling). Het gehele bedrag aan nieuwe rente (incl. boete en opslag) bij rentemiddeling is aftrekbaar.
  • De voorwaarde dat voor (gedeeltelijke) vrijstelling van een uitkering voor eigen woning uit (Brede Herwaarderings)kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premie is voldaan, is in een aantal extra situaties niet langer van toepassing.
  • De tijdklemmen KEW, SEW en BEW bij een oude spaar- of beleggingshypotheek eigen woning komen te vervallen. Daardoor kunnen deze huiseigenaren met een spaar- of beleggingshypotheek per jaar 10 procent boetevrij aflossen en het restant ineens wanneer het gespaarde of belegde vermogen gelijk is aan de resterende hypotheek. Ook mag bij het aflopen van de rentevaste periode de hypotheek geheel worden afgelost.
  • De persoonsgebonden aftrekpost voor scholingsuitgaven vervalt. Er ontbreekt nog een nieuwe subsidieregeling ter vervanging van deze fiscale aftrekregeling. Het wetsvoorstel wordt daarom uitgesteld en zal per 1 januari 2018 ingaan.
  • Box 3 verandert ingrijpend. Het fictieve rendement op box 3-vermogen wordt vanaf 1 januari 2017 berekend aan de hand van oplopende forfaitaire percentages. Het belastingtarief blijft 30 procent. Het fictieve rendement op vermogen bedraagt nu nog vier procent, resulterend in een effectieve heffing van 1,2 procent over het vermogen. Het heffingsvrije vermogen per persoon bedraagt vanaf 1 januari 2017 25.000 euro (in 2016: 24.437 euro). Fiscale partners kunnen het gezamenlijke box 3-vermogen (na aftrek van het heffingsvrije vermogen van 50.000 euro) onderling aan elkaar toerekenen. Vanwege het oplopende fictieve rendement kan deze toerekening nu invloed hebben op de belastingdruk in box 3.

Tariefstructuur box 3 vanaf 2017

Grondslag (na aftrek                    Fictief                        Effectieve                          heffingsvrij vermogen)                rendement                 belastingdruk

Tot €25.000                                 Vrijgesteld

1          €25.000 – €100.000            2,87%                           0,86%

2          €100.000 – €1.000.000       4,60%                          1,38%

3          Vanaf €1.000.000               5,39%                           1,62%

 

Invordering:

  • Er wordt één invorderingsregime gecreëerd, uitgevoerd door de Belastingdienst, waarin de regels die momenteel gelden voor belastingen in de huidige invorderingswet ook (grotendeels) van toepassing worden op toeslagen. Doordat het verschil in de invordering tussen belastingen en toeslagen vervalt, kunnen deze met elkaar worden verrekend. De verrekening is van toepassing als er geen betalingsregeling (meer) is. Het beslagregister wordt gebruikt voor een goede afstemming tussen schuldeisers.
  • De Belastingdienst kan afzien van de uitbetaling van een voorschot of belastingteruggaaf bij twijfel over adresgegevens of als deze geheel ontbreken. Ook een te hoge voorlopige aanslag hoeft niet te worden uitgekeerd. Bezwaar en beroep zijn hiertegen mogelijk.

Overige belastingen:

  • De eenmalige schenking van 100.000 euro voor de eigen woning kan verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. De schenkingen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar van de eerste schenking, worden gebruikt voor de eigen woning. In de aangifte schenkbelasting moet een beroep worden gedaan op de verhoogde vrijstelling. De termijn waarbinnen de Belastingdienst een eventuele aanslag kan opleggen wordt met twee jaar verlengd en vastgesteld op vijf jaar.
  • De CO2-gerelateerde heffingsgrondslagen van de autobelastingen (BPM, MRB, bijtelling LB/IB) worden bijgesteld vanwege de invoering van een Europese CO2-meetprocedure eind 2016.

Auto:

Het systeem van autobelastingen wordt eenvoudiger. Dat gebeurt stapsgewijs tussen 2017 en 2020.

  • De bijtelling voor privégebruik van volledig elektrische leaseauto’s blijft 4% (tot een aanschafbedrag van € 50.000). Voor alle andere zakelijke auto’s gaat de bijtelling naar 22%.Let op: auto’s aangeschaft voor 2017 blijft 25%!
  • De aanschafbelasting personenauto’s en motorrijwielen (bpm) gaat stapsgewijs naar beneden met in totaal 12% in 2020. Ook verandert de berekening van de bpm.
  • De motorrijtuigenbelasting (mrb) daalt met 2% in 2020;
  • Eigenaren van oude personenvoertuigen en bestelauto’s op diesel gaan vanaf 2019 meer belasting betalen.
  • Het overgangsrecht vereenvoudigt: auto’s gekocht in de periode 2017–2020 houden 60 maanden na de datum van eerste toelating op de weg een lagere bijtelling. Voor auto’s van vóór 1 juli 2012 geldt het huidige overgangsrecht tot en met 2018.
  • Milieuzone’s gelden nu voor bepaalde type oudere vrachtauto’s. Het is de bedoeling dat gemeenten m.i.v. 2017 ook bestelauto’s op diesel van voor 2006 niet kunnen toelaten.